EMULTECH: MEER VAN PRECIES HETZELFDE
Robin de Bruijn ontwikkelde een technisch en commercieel volwassen doseersysteem
Mels Dees
Veel startups in de procestechnologie, met name in de farma, beginnen op laboratoriumschaal en blijven daar steken. Zodra ze geconfronteerd worden met de tijdsdruk en de kwalitatieve en financiële eisen van industriële productie, wordt het hen te ingewikkeld. Dat geldt niet voor Emultech, de onderneming van Robin de Bruijn c.s., die na jaren van research en ontwikkeling een technisch en commercieel volwassen doseersysteem heeft ontwikkeld.
Hoe werkt de vinding precies?
“Ons systeem is gebaseerd op de fysische eigenschappen van vloeistoffen. In feite knippen we een vloeistofstroom in druppeltjes met behulp van een tweede, kruisende stroom. En daarmee kunnen we een reproduceerbare, uiterst constante stroom deeltjes produceren. De grootte ervan is niet afhankelijk van druk of stroomsnelheid, maar hangt samen met de viscositeit en de grensvlakspanning en is altijd gerelateerd aan de kanaaldiameter."
Op welke schaal werkt jullie vinding?
“Wij werken op microschaal, maar een vergelijkbaar procédé kan ook op nanoschaal werken. We zouden een hele reeks kunnen opzetten, van milli tot nano. Maar zover is het nog niet."
Klinkt niet zo ingewikkeld. Waarom zijn jullie er al zo lang mee bezig?
“Constant doseren is niet zo gemakkelijk! Vooral het maken van de kanaaltjes met een nauwkeurige diameter viel niet mee. Daar hebben we zes jaar aan gewerkt. Dat patent was maar het begin. Want waar het ons om ging, was een betrouwbaar product, en dat is er nu."
Wat is het verschil?
“Dat we nu tegen een klant kunnen zeggen: wil je een deeltje gemaakt hebben? Zeg het maar wij kunnen dat regelen. In de farmacie is het vertrouwen dat de productie constant, reproduceerbaar en valideerbaar gebeurt heel erg belangrijk. Een nieuw proces wordt niet zomaar geaccepteerd."
Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?
“Om te beginnen hebben we vanaf het begin gepraat met de mensen die ervoor moesten gaan betalen: de klant. Dat is de basis. De technische oplossingen konden we in onze omgeving vinden (Emultech zit op de campus van de T.U. Eindhoven), maar de vraag komt van buiten. En dan zijn het ook bijna nooit procestechnologen met wie je praat bij de bedrijven waar je je op richt. Mensen staan niet altijd open voor jouw verhaal en je vragen, terwijl je wel heel goed moet begrijpen wat ze doen om ze écht te kunnen helpen."
Is het vertrek van de farmaceutische industrie uit Nederland geen probleem?
“Het is sowieso een internationale bedrijfstak geworden. En er zijn voortdurend veranderingen, waarvan sommige in ons voordeel werken. Zo wordt er steeds meer met bestaande stoffen gewerkt. Het wordt steeds moeilijker om een stof te vinden die een betere geneeskrachtige werking heeft. En veel van de nieuwe medicijnen zijn niet zomaar te verwerken in een pil of een vloeistof. Maar een oudere, patentvrije stof kunnen we wel op een andere manier 'inpakken', zodat ze effectiever worden."
Geef eens een voorbeeld?
“Nou, sinds de afgelopen zomer werken we samen met het Catharinaziekenhuis in Eindhoven en de afdeling Toegepaste Natuurwetenschappen van de Fontys Hogeschool aan een project waarmee een bestaand, maar in de praktijk onbruikbaar anestheticum zo te prepareren is dat het gebruikt kan worden voor pijnbestrijding bij terminale kankerpatiënten."
Wat was het probleem dan?
“De dosering. BAB (n-butylamino-benzoaat) is een heel goed middel met weinig bijwerkingen, maar het lost heel slecht op. Er bestond nog geen productieproces waarmee een stabiele en consistente oplossing kan worden gemaakt die bruikbaar is voor ruggenmergpuncties. Wij denken dat onze techniek daar een oplossing voor kan bieden."
“Opschaling, reproduceerbaarheid en kwaliteit, daar draait het om, en dat lukt met onze methode.”
– Robin de Bruijn (CTO, Emultech)
Zonder jullie techniek lukt het niet?
“Er bestond een methode, maar die bleek niet consistent en reproduceerbaar te zijn. Zodra iemand anders ermee in de weer ging, weken de resultaten sterk af. Dat kan niet in de farmacologie, en daarom werd het middel niet of nauwelijks gebruikt. Opschaling, reproduceerbaarheid en kwaliteit, daar draait het om, en dat lukt met onze methode."
Over welke deeltjesgrootte spreken we hier?
“Het is nog niet duidelijk wat de optimale deeltjesgrootte van het medicijn is
we zijn begonnen met 20-30 µ, maar misschien moet dat om chemische of farmaceutische redenen wel groter of kleiner zijn. Hoe kleiner je een deeltje maakt, hoe groter de totale werkzame oppervlakte, natuurlijk. Maar vanaf een zeker punt gaan ook andere, fysische factoren een rol spelen."
Is dit een belangrijk project voor jullie?
“Commercieel niet, maar wel om te laten zien hoe belangrijk de techniek van Emultech kan zijn. Wij ontwikkelen de deeltjes niet zelf, dat doet Fontys. Emultech levert het gereedschap en instrueert de mensen die onze techniek gebruiken. Op diezelfde manier werken we op verschillende plaatsen: op universiteiten in Utrecht, in Denemarken. Het gaat dan vaak om kankermedicijnen die gericht en/of langdurig worden toegediend."
Maar dat onderzoek moet wel worden betaald…
“Precies, en dat is iets dat we in de loop van de jaren hebben geleerd: zulk onderzoek is mooi en nuttig, maar het is alleen mogelijk als er uiteindelijk geld wordt verdiend. Met succesvolle producten van een consistente kwaliteit."